De Wiskundemeisjes linken naar een opiniestuk over de vraag waarom maar weinig vrouwen in de wiskunde en betavakken te vinden zijn.
Antwoord van Philip Greenspun: wetenschap is een harde wereld, je moet er heel hard en lang werken voor niet zo veel geld, als je überhaupt al een baan vindt. Vrouwen gaan daarom liever de medische of juridische kant op, waar meer werk is voor meer geld.
Nou klinkt dat natuurlijk heel mooi: vrouwen zijn gewoon verstandiger dan mannen. En ze willen nou eenmaal geen wetenschap doen, ze zouden het wel kunnen, en misschien vinden ze het ook wel interessant maar de randvoorwaarden zijn niet goed.
Klinkt mooi, maar ik geloof er niet zoveel van. Als vrouwen carrièrekansen en salaris zoveel belangrijker vinden dan mannen, waarom zijn er dan zoveel vrouwen in beroepen met slechte carrièremogelijkheden en een laag salaris, en zoveel mannen in de Raden van Bestuur?
Als vrouwen minder belang hechten aan hun inhoudelijke interesses en meer aan een grote kans op een goede baan waarom kiezen ze dan (als ze toch in de bètahoek terechtkomen) vaker voor wiskunde of sterrenkunde dan voor werktuigbouwkunde of elektrotechniek?
En dan nog iets: kiezen voor een bètastudie is niet hetzelfde als kiezen voor de wetenschap. De meeste bèta’s komen uiteindelijk helemaal niet in de wetenschap terecht, maar in het bedrijfsleven, in goeie banen bij Shell enzo. Dus hoe verklaart dit dan de (lage) aantallen meisejes met een Natuurprofiel op school, en (nog lagere) aantallen die een ‘harde’ bètastudie kiezen?
Nee, in een cultuur waar grappen zoals deze gemaakt en meteen begrepen worden, kan ik wel wat andere redenen bedenken waarom vrouwen niet voor bèta kiezen.
Filed under: Education, Math, Nederlands, Science, Women in science