Oponthoud

De column van Anil Ramdas van gisteren heet Het gaat om het oponthoud. Hij beschrijft hoe hij als kind als een razende boeken las, zonder zich te ’storen’ aan natuur- of karakterbeschrijvingen, enkel om te weten “hoe het afliep” . De rest is enkel oponthoud. Maar:

Als je volwassen bent, gaat het ineens juist om het oponthoud.

Het gaat juist om de manier waarop het verhaal verteld wordt, om de karakters, en de natuur.

Zojuist bedacht ik dat hetzelfde opgaat voor natuurkundesommetjes. De ‘kinderlijke’ manier, die overigens wordt gestimuleerd door de standaardvragen in tekstboeken en op proefwerken, richt zich op: wat komt eruit? Hoe loopt het af? De rest, hoe je aan dat antwoord komt, wat je misschien onderweg opvalt, is oponthoud.

Terwijl het eigenlijk in de natuurkunde, net als in de literatuur, juist gaat om het oponthoud: dát maakt het pas echt interessant.
Ik herinner me docenten, op school of op de universiteit, die daar ook wel naar handelen, zonder dat hun leerlingen of studenten daar op zitten te wachten. Tijdens de uitleg van een of andere opgave, (kijk, zo doe je dat, nu deze integraal uitrekenen…) zeggen ze dan opeens: “en hier kun je heel mooi zien dat …” waarna iets volgt wat niets met de vraag te maken had. Terwijl de docent enthousiast wordt, zucht de zaal: oponthoud…

Advertisements